Scroll down

Alternate Text
News banner

Hof in interlandelijke adoptiezaak: Staat aansprakelijk voor schade wegens tekortschietende controle in herkomstland

De Nederlandse staat had beter toezicht moeten houden en striktere, meer individuele controle-eisen moeten stellen bij de adoptie van Dilani Butink, die in 1992 in Sri Lanka werd geboren. Ook het bij de adoptie betrokken Nederlandse bemiddelingsbureau had niet zomaar mogen vertrouwen op de controle door de Sri Lankaanse autoriteiten. Dat oordeelde het Haagse gerechtshof op 12 juli 2022 in het hoger beroep dat Butink aanspande tegen de staat en bemiddelingsbureau Kind en Toekomst. Zowel de staat als het adoptiebureau hadden, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid, méér kunnen en moeten doen om onzekerheid bij Butink over haar afkomst en de omstandigheden rond haar adoptie te voorkomen.

Defence for Children feliciteert Butink met deze uitspraak, die door haar als erkenning wordt ervaren. We beschouwen het oordeel van het hof als hoopgevend voor andere interlandelijk geadopteerden die het slachtoffer zijn van misstanden.

Het belang van het kind

Volgens het hof is het uitgangspunt dat het in het belang van het kind is om op te groeien bij de eigen biologische familie in het land van herkomst, in de eigen cultuur. Alleen als vaststaat dat er in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst is weggelegd voor het kind in kwestie, wordt interlandelijke adoptie volgens het hof verantwoord geacht. Het hof stelt voorts dat het belang van het kind op de eerste plaats moet staan en dat er bij interlandelijke adoptie fundamentele rechten zijn betrokken, zoals het recht op familieleven, identiteit en afstammingskennis. Bij (interlandelijke) adoptie gaat het om ‘een zeer ingrijpende wijziging in het leven van een pasgeboren baby, welke wijziging verstrekkende gevolgen heeft voor de toekomst van dat kind. Daarbij geldt dat voorzienbaar is dat onzorgvuldigheden rond de adoptie voor het kind in kwestie emotionele en psychische schade tot gevolg kunnen hebben.’

Het is in de zaak van Butink, zo oordeelt het hof, aan het adoptiebureau en de Nederlandse staat te wijten dat zij in onzekerheid verkeert over haar afkomst en de omstandigheden waaronder afstand van haar is gedaan. Daarom stelt het hof dat zowel het bureau als de staat onrechtmatig hebben gehandeld. Ze zijn aansprakelijk voor de door Butink geleden en nog te lijden schade. De hoogte daarvan zal in een aparte procedure worden bepaald. Het hof betrekt bij zijn oordeel dat er ten tijde van Butinks adoptie al signalen waren van structurele misstanden vanuit onder andere Sri Lanka. Deze signalen moeten destijds redelijkerwijs ook bij het adoptiebureau en de staat bekend zijn geweest.

Beter toezicht en striktere controle-eisen

Het adoptiebureau heeft volgens het hof te gemakkelijk aangenomen dat de adoptie in het belang van Butink was. Er werd, ook door de staat, blind vertrouwd op het onderzoek van de Sri Lankaanse Kinderbescherming en de beslissing van de Sri Lankaanse rechter. Een dergelijke formalistische en afstandelijke houding past niet bij de eigen verantwoordelijkheid en de verplichtingen van de staat en vloeit ook niet voort uit de soevereiniteit van andere staten. Het hof verwijst daarbij naar het kritische rapport van de commissie-Joustra.

De Nederlandse staat hoefde niet handhavend op te treden in Sri Lanka, maar had beter toezicht moeten houden en striktere, meer individuele controle-eisen moeten stellen. Meer in het bijzonder had de staat volgens het hof moeten nagaan op welke manier het adoptiebureau in individuele gevallen vaststelde dat de adoptie in het belang van het kind was, dat opvang bij familie niet tot de mogelijkheden behoorde, en dat de biologische moeder goed geïnformeerd en in vrijheid afstand had gedaan, respectievelijk hoe het bureau ervoor zorgde dat zoveel mogelijk juiste afstammingsgegevens werden verzameld. De staat had vervolgens moeten eisen dat er meer zou worden gedaan om zoveel mogelijk informatie te verzamelen.

Verjaring

Butink is sinds 2009, tot nu toe zonder resultaat, op zoek naar haar biologische ouders. Ze kwam er tijdens een reis naar Sri Lanka in 2015 achter dat haar ‘zeer summiere’ geboortepapieren niet kloppen. Na televisie-uitzendingen in 2017 van Zembla over misstanden bij adopties uit Sri Lanka stelde zij de staat en het bij haar adoptie betrokken bemiddelingsbureau begin 2019 aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Op 9 september 2020 oordeelde de rechtbank dat haar zaak verjaard zou zijn. De rechtbank kwam vanwege de verjaring niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak. Daarop ging Butink in hoger beroep bij het Haagse hof. De staat liet het verjaringsverweer in hoger beroep vallen. Het adoptiebureau deed dat niet, maar het hof komt in het hoger beroep tot de conclusie dat het beroep van het bureau op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Goed nieuws voor andere slachtoffers van misstanden

Het niet kunnen controleren of garanderen dat interlandelijke adopties naar Nederland deugdelijk tot stand komen, ook niet in een nieuw, meer publiekrechtelijk stelsel, is een belangrijke reden voor Defence for Children om te pleiten voor het stoppen met interlandelijke adopties. Los daarvan is de uitspraak van het hof goed nieuws voor Butink en andere slachtoffers van misstanden rond interlandelijke adoptie, zoals Patrick Noordoven.

In zijn zaak was het de rechtbank die oordeelde dat de Nederlandse staat onrechtmatig had gehandeld en daarom aansprakelijk is voor de schade van Noordoven. Een dag voor het verstrijken van de termijn ging de staat in hoger beroep. Wij roepen de staat nogmaals op dit beroep in te trekken. Na de publicatie van het Joustra-rapport maakte de overheid excuses aan illegaal geadopteerde kinderen. Noordoven is een van de boegbeelden daarvan. Het hoger beroep doet de erkenning van zijn leed, maar ook dat van de andere slachtoffers, volledig teniet.

Wij vinden dat de staat moet laten zien dat het excuus meer is dan een leeg gebaar, en dat de staat écht in de spiegel heeft gekeken. Het vertrouwen in de overheid zou erbij gebaat zijn als er in overleg met Patrick Noordoven en alle andere gedupeerden een regeling wordt getroffen om geleden schade te vergoeden, zonder dat daarvoor nieuwe, kostbare juridische procedures moeten worden aangespannen.

 Meer informatie: 

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Veertien belangenorganisaties van interlandelijk geadopteerden steunen oproep tot adoptiestop

Vandaag debatteert de Tweede Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid met de minister voor Rechtsbescherming over het …


Lees meer

Permanente stopzetting interlandelijke adoptie enige weg

Minister voor Rechtsbescherming Weerwind wil interlandelijke adoptie in de toekomst weer toestaan, nadat er vorig jaar a…


Lees meer

Haagse Rechtbank spreekt zich uit omtrent zaken interlandelijke adoptie

Woensdag 24 november deed de rechtbank uitspraak over twee zaken omtrent interlandelijke adoptie. Een vrouw die geadopte…


Lees meer
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met ons beleid. Privacy verklaring
Ja
Nee