Scroll down

Alternate Text
News banner

Onvoldoende samenwerking tussen onderwijs en jeugd-GGZ

Defence for Children en het Nederlands Centrum Onderwijs en Jeugdzorg (NCOJ) constateren dat er in Nederland een probleem is met het bieden van jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jeugd-GGZ) aan kinderen en jongeren. Ook zijn er tekortkomingen in de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugd-GGZ. Dit blijkt uit het rapport ‘Vooronderzoek internationale verplichtingen, Nederlandse wet- en regelgeving en de huidige samenwerking in de uitvoeringspraktijk’. Het vooronderzoek bestaat uit een juridische analyse van het internationaal kinderrechtenkader inzake jeugd-ggz en het onderwijs en het nationaal juridische beleidskader. Daarnaast is een kader opgesteld voor de aansluiting van jeugd-ggz op het onderwijs.

Recht op onderwijs én passende zorg en ondersteuning

Alle kinderen en jongeren in Nederland hebben recht op onderwijs én recht op passende zorg en ondersteuning om (volwaardig) te kunnen deelnemen aan het onderwijs. Dit geldt dus ook op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. De beschikbaarheid van jeugd-GGZ in scholen is in Nederland echter geen vanzelfsprekendheid. De jeugd-GGZ opereert veelal als een specialistische tweede- of derdelijns voorziening die niet of nauwelijks is geïntegreerd in de zorgstructuur van het onderwijs. Juist kwetsbare kinderen met jeugd-GGZ gerelateerde problematiek ondervinden hier extra nadeel van.

Resultaten

Aan welke verplichtingen moet Nederland op dit gebied eigenlijk voldoen? Hoe is de GGZ voor kinderen en jongeren in Nederland juridisch geregeld? Hoe werkt dat in de praktijk en (hoe) kan het beter? Om de samenwerking van de jeugd-GGZ met het onderwijs te analyseren en te bezien hoe deze doelgericht kan worden verbeterd, zijn de twee organisaties begin 2020 gestart met de voorstudie. Hieruit blijkt dat de jeugd-GGZ niet voldoende ingebed is in de zorgstructuur van het onderwijs waardoor kwetsbare kinderen en jongeren niet de benodigde zorg en ondersteuning krijgen. Uit de juridische analyse volgt dat de wettelijke verankering van de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugd-ggz te summier is. De samenwerking is te vrijblijvend en kan zorgen voor regionale verschillen.

Aanbevelingen

De samenwerking tussen het onderwijs en de jeugd-ggz dient uitdrukkelijk en specifiek, in lijn met de internationale eisen hiertoe, te worden verankerd. In nationale wet- en regelgeving dient nader uitgewerkt te worden hoe de samenwerking tussen het onderwijs en jeugd-ggz vorm zou moeten krijgen, waarbij onder meer aandacht moet worden besteed aan de taken, toeleiding, afstemming bij individuele ondersteuning en samenhang met andere voorzieningen. Daarnaast moeten kinderen en hun ouders actief worden betrokken bij het verbeteren van de samenhang tussen onderwijs en jeugd-GGZ en moet worden gegarandeerd dat kinderen toegang hebben tot dezelfde zorg, zodat er geen risico meer is op regionale verschillen en rechtsongelijkheid. In het rapport worden tevens suggesties gedaan voor vervolgonderzoek zodat de geconstateerde hiaten kunnen worden aangepakt.

Meer informatie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Staat van het Onderwijs 2021: inclusief onderwijs nog ver weg

Op 14 april is de jaarlijkse ‘Staat van het Onderwijs’ van de Onderwijsinspectie overhandigd aan de ministers van Onderw…


Lees meer

Betere verankering internationaal kinderrechtenkader in wetsvoorstel leerrecht noodzakelijk

Kamerlid Paul van Meenen heeft namens D66 het ‘Wetsvoorstel invoering leerrecht’ neergelegd ter consultatie. Het wetsvoo…


Lees meer

Tweede Kamerdebat: inclusiever onderwijs is geen inclusief onderwijs

Op 16 november is de evaluatie van de Wet passend onderwijs besproken in de Tweede Kamer. Na vijf jaar evaluatieonderzoe…


Lees meer
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met ons beleid. Privacy verklaring
Ja
Nee