Scroll down

Alternate Text
News banner

Rechter: Kinderrechtenverdrag beschermt tegen uitsluiting

Defence for Children is opgetogen over een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep – de hoogste rechter in zaken over sociale zekerheid - waarmee voor kinderen zonder verblijfsvergunning een belangrijke stap wordt gezet in de realisatie van hun kinderrechten. Mensenrechten tellen voor iedereen. Kinderen die hulp nodig hebben, moeten kunnen rekenen op extra inzet van de overheid, ongeacht hun verblijfsstatus. Niet helpen tast de menselijke waardigheid van het kind aan. Hoe de overheid die plicht tot helpen moet invullen staat in het Kinderrechtenverdrag, zo leert deze uitspraak.

Kinderrechtenverdrag

De zaak gaat over een jongen zonder verblijfsvergunning die vanwege een gedragsstoornis extra ondersteuning nodig heeft om zijn lessen binnen het speciaal onderwijs te kunnen volgen. Die hulp werd door de verzekeraar geweigerd omdat het jongetje niet verzekerd is. De Koppelingswet maakt het voor de jongen onmogelijk om zich te verzekeren.  De rechter bepaalt nu dat de jongen toch hulp moet krijgen, op grond van het Kinderrechtenverdrag en het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens. Het gaat daarbij om het respect voor privéleven dat onder meer de vrije ontwikkeling van de persoonlijkheid omvat.  Omdat kinderen behoren tot de groep van kwetsbare personen moet de overheid zich extra inzetten om dit recht te waarborgen. Eerder had de rechter al bepaald dat het recht op onderwijs, vastgelegd in artikel 28 van het Kinderrechtenverdrag, maakt dat de jongen voor zijn school recht heeft op AWBZ-geld. De extra zorg en ondersteuning die nodig waren tijdens de les, weigerde de verzekeraar echter te betalen ondanks dat wel was vastgesteld dat de jongen zonder die zorg niet naar school kon.

Ondanks dat de jongen officieel buiten de verzekering valt, moet hij toch alle zorg krijgen die hij nodig heeft, zegt de Centrale Raad van Beroep: "De Raad komt tot de conclusie dat het onthouden van de geïndiceerde ondersteunende en activerende begeleiding aan appellant tot effect heeft dat zijn persoonlijke ontwikkeling onmogelijk wordt gemaakt waardoor hij in het behoud van zijn menselijke waardigheid ernstig wordt bedreigd. Mede gezien in het licht van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind kan niet in redelijkheid worden volgehouden dat de weigering van de geïndiceerde zorg blijk geeft van een 'fair balance' tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die zorg en de particuliere belangen van appellant om die zorg te ontvangen."  De verzekeraar moet voorzien in de nodige zorg.  De advocaten van de jongen , Else Cerezo-Weijsenfeld en Pim Fischer,  spreken van een heuse doorbraak: "Vanaf nu zal de rechter steeds het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt moeten nemen bij alle toetsen over het recht op privé- en familieleven. Dat betekent dat het Kinderrechtenverdrag niet gemakkelijk meer gepasseerd kan worden."

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Highlights 2022

Benieuwd naar ons werk om kinderrechten nog beter op de kaart te zetten? Nu de eerste maand van het nieuwe jaar begonnen…


Lees meer

Charlotte Parree wint de Kinderrechtenscriptieprijs met thesis over actieve levensbeeindiging bij kinderen

Charlotte Parree won dinsdagmiddag 6 december de Jaap Doek Kinderrechtenscriptieprijs met haar scriptie met de titel ‘Li…


Lees meer

Mulock Houwer-lezing voor de 11e keer gehouden

Ieder kind heeft recht op spelen. Kinderen en jongeren spelen steeds meer online. Dit biedt mogelijkheden, maar brengt o…


Lees meer
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met ons beleid. Privacy verklaring
Ja
Nee